Gesloten mensen zijn ergens bang voor

Gesloten mensen zijn ergens bang voor! Hoe kun jij ze openen?

sloten mensen zijn ergens bang voor.

gesloten mensenOnlangs zag ik een verslag van mijn student die gewerkt had met een cliente die werkelijk niets vanzichzelf wilde laten zien. Waarom is iemand gesloten? Wat heeft iemand te verbergen of waar is iemand bang voor? De macht van de therapie die wonden kan helen en oude wonden kan opentrekken? gesloten mensen

Wanneer is er werkelijk angst in het geding en wanneer wil de client haar omgeving afschermen om zelf buiten schot te blijven. Hierover gaat mijn artikel.

Heb jij geheimen die je liever niet toevertrouwt aan jouw therapeut? Zijn er familiegeheimen die je liever diep wegstopt in de lade? Wat win je ermee om dit patroon voort te zetten?

Het verleden laten rusten

Binnen therapie vertrek ik altijd vanuit het levensverhaal. Door te luisteren hoe jouw client vertelt over zijn kindperiode en zijn eerst ervaringen met de buitenwereld.

Deze opmerkingen kunnen tekenend zijn voor de rest van je leven.
Wanneer je als kind niet gehoord of niet gezien wordt, neem jij jezelf wat voor. Dat kan zijn:
“Ik laat me nooit meer echt horen, want niemand is daarin geinteresseerd!”
“Ik laat me niet meer zien, want je krijgt zo de deksel op je kop!”
Beide opmerkingen vormen dan jouw basis voor de rest van je leven. Je zet jezelf in de kou.

Jezelf in de kou zetten

Waarom zou iemand zichzelf in de kou willen zetten?
Dat kan een relatie hebben met het verleden. Je kunt het gevoel hebben niet welkom te zijn als kind. Er is niet echt naar je uitgekeken. En wat je ook deed, je werd niet gezien, noch gehoord. Je telde gewoon niet mee. Enige warmte is je dan ook vreemd. Je bent gaan geloven dat je geen recht hebt op liefde en warmte. Vandaar dat jij jezelf het niet gunt op dit moment in je leven. Je bent het niet waard om geliefd te worden. En hup weer een beperkende overtuiging vastgezet.

 

Ouders deden toch hun best!

Natuurlijk doen nagenoeg alle ouders hun best. Ouders willen niets liever dan dat hun kind gelukkig is. Ze hebben echter geen opleiding gehad ‘hoe ze moeten opvoeden’. Ze hebben het zelf mogen ontdekken en toepassen. Veelal gekleurd door de eigen ervaringen vanuit het vroegere gezin van herkomst. Wanneer daar niet of zelden over zaken werd gesproken, is dat hun ervaring.
We zijn  nooit iets tekort gekomen” zei eens een client tegen me, terwijl ik zag dat de persoon in kwestie emotioneel verwaarloosd was.

Zag hij het zelf dan niet? Was hij blind en doof voor zijn verleden? Of wilde hij zijn ouders ontzien. Het meest voorkomende fenomeen binnen therapie. “Mijn ouders deden hun best” hoor ik dan ook heel vaak zeggen. Wanneer je dan verder door wilt praten over het gedrag en de invloed van de ouders, haken dergelijke clienten af met de dooddoener: “Ze wisten niet anders, je moet het zien in hun tijd!”

En opnieuw gaat de deur dicht. Je mag niet aan hun ouders komen!
Duidelijker wordt het wanneer ik hen een aantal vragen voorleg, terugkijkend naar de eigen jeugd en opvoeding.

Terugkijkend naar het gezin van herkomst

De volgende vragen stel ik aan mijn clienten:
1. Als je aan jouw jeugd terugdenkt, voel je je dan gelukkig?
2. Had jij een jeugd de jou veiligheid en geborgenheid bood?
3. Had je als kind het gevoel dat er mensen waren die echt iets om jou gaven?
4. Was je jeugd een goede voorbereiding op jouw huidige leven?
5. Zou je willen dat anderen uit het gezin bij jou komen met hun problemen?

Kun jij je voorstellen dat je met deze vragen veel informatie krijgt over het gezin van herkomst? Zie je hoe je met deze vragen ook aan de haal kunt gaan? Je kunt natuurlijk alles ontkennen of gaan rationaliseren. Dan wil je alleen maar dat je ouders ontzien worden.

Je doet je ouders geen recht door hen te ontzien. Je bent immers dankzij hen hier op aarde en daar zul je het mee moeten doen. Jij hebt recht op een eigen leven. NIet een leven dat grotendeels ingevuld wordt door de ‘geheime’ boodschappen vanuit je opvoeding.

Tijd om het open te breken

Elk leven is de moeite waard. Ieder mens is uniek in zijn wezen. Het leven vraagt van jou om als een open boek alles tegemoet te treden.
Alle ervaringen – opgedaan tijdens je opvoeding – mogen herzien worden, zeker wanneer je beperkingen voelt. Ieder mens dient de beste versie van zichzelf te worden. En dat word je niet wanneer je leven doorspekt is met beperkende overtuigingen.

Hoe breek je echter een oester open?

In werkelijkheid heb je daar een scherp, puntig mens bij nodig. Je dient kracht te zetten om de oester open te krijgen. Een sluitspier dient doorgesneden te worden, dan pas gaat de oester open.

Neem dit symbool nu mee naar de eigen praktijk.
Wanneer een client bij je komt die werkelijk aan zichzelf wil werken, maar waarbij je geen opening ziet, wat doe je dan?
Blijven wachten? Geduld uitoefenen? Lieve woorden gebruiken om de ander in beweging te krijgen?

Het kunnen allemaal sabotage manieren zijn om niet naar zichzelf te hoeven kijken. Nogal wat clienten willen de kool en de geit sparen, maar ze willen wel gelukkiger worden. Op dit moment zijn ze dat niet, daarom komen ze bij jou in therapie.

Terug naar de oester.

Ik ben een voorstander van liefdevol hard (vanuit het hart) confronteren.
Wat is liefdevol hard confronteren?
Liefdevol houdt voor mij in dat je respectvol bent naar je client. Dat je weet dat de client behoefte heeft om echt gehoord en gezien te worden. Dat je zelf als therapeut ervan doordrongen bent dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.

Wanneer je bewust bent van die grondhouding, ben je ook in staat om liefdevol te confronteren.

Wat is echter liefdevol hard confronteren?

Draai dan niet om de hete brei heen, je noemt man en paard. Je confronteert je client met zijn uitspraken. Daarbij stel je verderreikende vragen. Dat zijn vragen die letterlijk verder reiken dan alleen ‘ja’ of ‘neen’. Een voorbeeld: “Hoe zou je de opvoeding van je ouders willen omschrijven?”

“Je  bent nu zelf ouder: wat heb je van hun opvoeding meegenomen en wat doe je bewust heel anders dan je eigen ouders?”

“Natuurlijk zijn jouw ouders ook het product van hun tijd. Ze hebben wel degelijk steken laten vallen, dat doen alle ouders. Ze zijn immers niet heilig. Welke steken hebben jouw ouders bij jou laten vallen, volgens jou?”

Voel je dat je met een dergelijke vraag verder gaat dan een simpel ja of nee antwoord. Je daagt je client uit zelf te gaan denken en vanuit deze zelfreflectie leer je jouw client kijken naar de eigen situatie.

Waar zijn gesloten mensen bang voor?

In mijn praktijk van meer dan 40 jaar zag ik vooral angst voor de diepe pijn die mensen opgelopen hebben in hun kindperiode. Pijn waaraan ze niet herinnerd willen worden. Pijn die zo intens is dat ze bang zijn om er opnieuw mee geconfronteerd te worden.

Over welke pijnen  hebben we het dan?

Fysieke, emotionele, mentale en spirituele pijnen. Ik geef van elk een voorbeeld:
1. Pijnen op fysiek niveau: dat kan seksuele pijn zijn. Iemand is bij jou als kind over jouw grens gegaan. Incest, aanranding, verkrachting, streling van intieme plekjes, vunzige woorden, opmerkingen over je lichaam.

2. Pijnen op emotioneel niveau: dat zijn vooral opmerkingen die kleinerend gewerkt hebben op jou als kind. “Erwtjes op een plank heb je, dat zijn geen borstjes!” zei een vader eens tegen mijn cliente. Ze ontwikkelde daarmee een lag zelfbeeld en liet haar borsten vergroten toen ze uit huis was. Dat was immers de reden waarom ze geen partner kon vinden, aldus mijn cliente.

3. Pijnen op mental niveau: hoe vaak proberen ouders bewust dan wel onbewust hun kinderen te kleineren met woorden. “Jij bent bepaald niet de slimste hier in huis, hou dus maar je mond!” Veel ernstiger wordt het wanneer je voor dom versleten wordt. Al jouw opmerkingen worden onderuit gehaald, belachelijk gemaakt. Zo leer je wel je mond houden voor de rest van je leven!

4. Spirituele pijnen: dat zijn pijnen die te maken hebben met jouw ontstaansgeschiedenis. “Jij had niet geboren moeten worden, toen is alle ellende begonnen!” Met deze opmerking kwam jaren geleden een client bij me binnen. We spreken dan van een existentiele crisis. De client wist niet WIE hij was en WAT hij hier kwam doen. Zijn boodschap was immers duidelijk: “Ik had niet geboren moeten worden: wat doe ik hier dan nog?”

De deksel gaat van de beerput!

Wanneer jouw client vertrouwen heeft in jou dan is er een bereidheid om dieper te gaan. Pas dan is de client in staat om werkelijk naar de oorsprong van zijn pijnen te gaan.

Dat vraagt niet alleen om geduld, maar vooral om respect en compassie met jouw client. En je mag jezelf als therapeut altijd de vraag stellen of jij dan ook de juiste persoon bent om dit traject met deze client aan te gaan?

De deksel gaat dan werkelijk van de beerput. Dan komt alle ellende naar boven en jij dient deze ellende te reguleren zodat de client niet overspoeld wordt. Hier is herbeleving en timing van groot belang. Iets wat vele jaren weggestopt is, hoeft niet in een uur opgelost te worden. Neem je tijd daarvoor. Overweeg, bespiegel de situatie voor jezelf en blijf jezelf de vraag stellen: “Wat heeft de client eraan wanneer we dit probleem oplossen?”

Nabijheid, veiligheid en genegenheid zijn de sleutelwoorden voor dit proces. Het is een prachtige uitdaging die je als therapeut tegemoet gaat. Dankbaarheid is op zijn plaats wanneer je de beerput geleegd hebt. Of althans een deel eruit gehaald hebt. Dan kun je spreken dat de therapie geslaagd is. En vooral wanneer je ziet dat jouw client verder kan met zijn leven. Op weg naar een gelukkiger, vervuld leven.

 

verwante artikelen

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *