Kerstmis 2020 2

Toen was het nogeens Kerstmis!?

Toen was het nogeens Kerstmis!?

Ik neem je graag mee terug naar mijn kind-periode, want ‘toen was het nogeens Kerstmis!’

Binnen ons grote gezin, 10 kinderen, was het een van de hoogtepunten van het jaar. Lang van tevoren werd er een varken geslacht, kippen werden de nek omgedraaid en alles ging in de cooperatieve diepvries in het dorp. Die collectieve diepvriezen bestaan al lang niet meer en ik vond het als kind heel eng om daar in mijn eentje vlees te moeten ophalen. Een gebouw met lades, voor elke deelnemer aan de cooperatie een. En dan jouw spullen eruit halen en zo snel mogelijk weer het gebouw verlaten.

Waarom ik het zo eng vond, weet ik niet, hhttps://www.youtube.com/watch?v=Mak7puUeW_o&t=3set riep bij mij dode associaties op en blijkbaar was ik als manneke van 9 – 10 jaar enorm bang voor de dood.
Dat werd altijd rondom 1 november nogeens extra versterkt wanneer ik met mijn jongste zus naar het kerkhof moest om het graf van opa en oma op te knappen. Bloemetjes zetten en met gestolen steentjes van andere graven legden we dan een kruis op het graf van opa en oma. Mijn zus was voor de duvel nog niet bang en maakte enge geluiden wanneer we langs eeuwenoude, openstaande graven kwamen. Ik rende dan zo hard ik kon het kerkhof af.

Terug naar de Kerstmis uit mijn jeugd.

Wat was er nu zo bijzonder in dat grote gezin? Geld voor versiering en luxe dingen was er immers niet. Toch keken we allemaal uit naar het rijk gevulde kerstpakket van mijn vader. De doos werd met veel ceremonie opengemaakt terwijl de jongsten (en ik hoorde tot de 4 jongsten van het gezin) met de neus bovenop de doos zaten. “Wat zal er nu weer in zitten?”

Fles advocaat, jenever, bonbons, nootjes, enkele blikken met exotische vruchten en gekleurde pasta (hadden we ook nog nooit gezien). Min of meer teleurgesteld dat er niks voor ons in zat, alleen weer voor de ‘grote’ mensen.

Kerstmis komt dichterbij.

De week vooraf aan Kerstmis moest er van alles gebeuren in huis. Fikse schoonmaak, controleren van de tafelkleden en het mooie servies. Maar veel belangrijker was het voedsel dat op tafel zou komen.

Altijd werd ik in die week erop af gestuurd om bij de plaatselijke bakker de appeltjes op te halen die we al in oktober er heen gebracht hadden. Die werden op de broodovens gedroogd en in deze week konden we die komen ophalen. Droge appeltjes die weer tot hun recht kwamen wanneer mijn moeder die opzette met suikerwater. Om je vingers erbij af te likken.

Sinds een tijdje hadden we ook een ‘wonderpan’. Een ronde pan met een kijkglaasje op de deksel. En in die pan kon je cake of een tulband maken. Dat hoorde ook tot de rituelen voor Kerstmis, maar was wel het domein van mijn oudste zus.

De kelder was een enge plek.

Wanneer ik spullen uit de oude kelder moest halen, vroeg ik altijd of de deur open mocht blijven staan. Ik was echt heel bang in die kelder omdat regelmatig een veldmuisje de weg gevonden had naar het spek en de andere voedingsmiddelen die daar lagen opgeslagen.

Op een dag moest ik aardappelen uit de kelder halen en zag ik tot mijn schrik een groot dood konijn op de vloer liggen. Met een schreeuw rende ik de kelder uit. Lachende broers om me heen want die wisten dat mijn vader die morgen een konijn van de jagers had gekregen en dat moest nog ‘versterven’ gedurende enkele dagen.

Ik zwoor mijn moeder tot Kerstmis niet meer de kelder in te gaan. Was doodsbang voor dat beest dat daar lag te ‘versterven’.
Mijn slager-broers hadden voor het nodige vlees gezorgd en er was gehakt gedraaid. Dit gehakt mocht ik ook naar de bakker brengen want dan kregen we tenminste goed gevulde worstenbroodjes.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe de bakker ons gehakt kon onderscheiden van al dat andere gehakt dat aangeleverd werd door andere klanten. In mijn verbeelding ging gewoon alles in een grote bak en geloofde je maar dat je je eigen gehakt terug kreeg.

De worstenbroodjes

Het leek een oeroude traditie in katholiek Brabant, maar met Kerstmis waren er worstenbroodjes. Ik vond die verrukkellijk! Kon er weken naar uitkijken en wist ook dat 2 tot maximaal 3 broodjes mijn honger allang deden verdwijnen. Toch was het beeld van die glanzende, lekker ruikende broodjes boven op de grote plank in de kelder een verleiding die mij zelfs de muizen deed vergeten. De broodjes waren goed afgedekt en ik kon het soms niet weerstaan om in overleg met mijn zus, die net een jaar jonger was dan ik, af te spreken dat we slechts een broodje zouden pikken en samen opeten.

De opkamer

In ons ouderlijk huis, een voormalig boerderijtje, was ook een opkamer. Dat was de kamer boven de kelder. Met twee treden kwam je in het kleine vertrek. Hier sliep mijn oudste broer wanneer hij op vakantie kwam vanuit het seminarie.
Natuurlijk was er een kind ‘opgeofferd’ aan de Katholieke kerk: die ging naar het klooster. Zelf wilde ik jaren later ook, maar dat mocht niet van mijn vader: “Een is als kostbaar genoeg!”

Ik had niet echt een roeping hoor, maar voelde me aangetrokken tot de rituelen binnen de kerk. Het waren magische momenten waar ik intens als kind van genoot. En zeker in deze voorbereiding op Kerstmis ging ik regelmatig kijken of de kerststal al opgesteld stond. Ik kon wegdromen bij die mooie beelden in dat prachtige tafereel in de kerk.

Mijn zus en ik trokken ons af en toe terug op de opkamer wanneer we weer eens iets lekkers uit de kelder gejat hadden. Daar zaten we dan snel het gestolen worstenbroodje of een stuk gevulde krentenbrood  op te eten en dan weer terug met een onschuldig gezicht alsof er niks gebeurd was.

De geheimen van het opkamertje

Op een dag toen mijn priesterbroer een week thuis zou komen, vroeg mijn zus aan me: “Wat draagt hij eigenlijk onder die rok?”
Mijn broer droeg immers al een gewaad (was gekleed, noemde men dat) van de orde waartoe hij behoorde. Een lang donker-blauw gewaad met een glanzende sjerp rond zijn middel.
Ik had geen idee wat mijn broer droeg onder zijn habijt, dus sloten mijn zus en ik zich op in de kleerkast op de opkamer totdat mijn broer zich zou omkleden om naar de kerk te gaan.
Door een kier in de deur zaten we ingespannen te wachten op het ontsluierende moment. “Tjee, was dat nou alles?”

Hij droeg gewoon een pantalon met een overhemd onder het habijt. Toen mijn broer de opkamer verliet, kwamen wij teleurgesteld uit de kleerkast tevoorschijn. “Was dat nou alles?” “Had jij iets anders verwacht dan?”

Kerstmis zonder stal is geen feest!

Mijn vader had in het begin van zijn huwelijk zelf een stalletje getimmerd met een echt rieten dak. Daarin werden voor Kerstmis de beelden geplaatst en op 6 januari mochten de drie koningen met de kameel het geheel verfraaien.

Toen ik eenmaal een jaar of tien was, nam ik het over van mijn oudste zus en samen met mijn jongste zus gingen we er een heus spektakel van maken. Een zandpad met kiezels richting stal, volop mos, dorre taken en grote sparretakken achter de stal. Het moest een echt buitentafereel worden, geinspireerd door de stal in de kerk. We genoten er samen enorm van en vonden het scheppen samen heel opwindend.

Tijden veranderen

Jaren later kwam mevrouw Visser, de vrouw van de grote baas van mijn vader, het kerstpakket zelf brengen met een doos kerstspullen voor in de boom. Wat was dat een prachtig moment: vogeltjes, trompetten, ooievaar, engeltjes. Het kon niet op.

Nu gingen onze wegen uit elkaar: voortaan nam mijn zus de volledige verantwoording voor de boom en bleef ik de stal-aankleder. Duidelijke rollen en dus ook niet bemoeien met elkaar. Het engelenhaar kwam me bekend voor. Ik had daar een slechte ervaring mee gehad rondom Sinterklaastijd toen ik van het engelenhaar een baard gemaakt had want als jongetje speelde ik ook Sinterklaas. Mijn hele kin zat vol puistjes en wondjes van dat vreselijke engelenhaar.

“De ooievaar moet goed zichtbaar zijn, want onze Piet is met Kerstmis jarig, dus met Kerstmis kwam de ooievaar op bezoek!” zei mijn moeder alsof we nog geloofde in dat sprookje. We wisten inmiddels echt wel  dat babytjes niet gebracht werden door de ooievaar!

Kerstmis beleven in de eigen stal

Wat kon ik volledig in mezelf gekeerd voor de stal zitten. Ik bestudeerde al de beelden grondig en voelde een enorme jaloezie naar de herders die als eersten toch maar op bezoek mochten komen.

En dan die drie koningen: exotische figuren. Mensen zoals we die in ons dorp nog nooit gezien hadden. Gekleurde mensen met mooie mantels aan en grote cadeaus. Die kameel herkende ik ook niet uit het dagelijks tafereel. Was nog nooit in een dierentuin geweest en of zo’n beest echt bestond, wist ik echt niet.

Op een dag zat ik dagdromend voor de stal. “Wie zou ik willen zijn en wat zou ik Kindeke Jezus dan vragen?” ging er door me heen.
De herder met de schaal vol broodjes trof mij het meest en riep een directe associatie op met de worstenbroodjes. “Waar had hij die broodjes gehaald of had hij die zelf gebakken voor Jozef en Maria?” ging het door me heen.

En dan plots ben ik die herder!
Vol ontroering vraag ik aan het kindje Jezus: “Wil je me altijd helpen, ook wanneer ik het niet meer weet, maar doe het wel duidelijk zodat ik weet dat jij het bent!”

Kerstmis wordt mijn feest!

Vanaf dat moment kan ik niet meer zonder fantasie kijken naar de kerststal. Ik zoek ze nu bewust ook op hier in de Dordogne. Ik loop alleen een kerkje binnen en bekijk de beelden en soms komen oude herinneringen spontaan boven drijven.

Vandaag had ik zo’n moment dat ik weer even de herder was en moest denken aan hetgeen ik hem als kind had gevraagd.
“Het klopt, ik voel dat hij er steeds is en mij een richting wijst wanneer ik het even niet weet…”

Noem het maar het kinderlijke geloof dat even in me komt, hoewel het me steeds vervult met vreugde. Natuurlijk zijn het sweet memories maar ook signalen dat het ‘anders’ kan, juist in deze periode rondom Kerstmis.

We worden allemaal opnieuw geboren rondom Kerstmis en we krijgen allemaal de kans om opnieuw te beginnen.

  • Welk Licht wil jij laten schijnen op de wereld?
  • Waar wil jij helemaal voor gaan in het Nieuwe Jaar?
  • Wat trekt enorm aan jou en vraagt van jou om te handelen?
    Durf je dat ook?
  • Ben je net zo nieuwsgierig als de Drie Koningen die op zoek gingen naar het signaal van die vreemde ster?

Maak van deze Kersttijd jouw tijd en jouw moment.
Ik wens je allemaal een goed en inspirerend Kerstmis en in alle opzichten een vreugdevol Nieuw Jaar.

Loek Knippels

Sociaal-pedagood/coach/schrijver
Oprichter van Het-IHC – Centre l’Art de Vivre

 

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *