vooringenomen 9

Vooringenomen opmerkingen geven je een verkeerde smaak in de mond!

Vooringenomen opmerkingen geven je een verkeerde smaak in de mond!

vooringenomen 8Wanneer hoorde jij vooringenomen opmerkingen en van wie? Het is allesbepalend wie komt met vooringenomen opmerkingen: je ouders, de leraar, de politicus. Zij allen kunnen er wat van, maar  wat gebeurt er met jou wanneer je een dergelijke suggestieve opmerking hoort?

Elke vooringenomen opmerking is niet meer dan een vooroordeel, eenzijdig, tendentieus, vaak ook nog partijdig. Het zijn altijd ongunstige meningen over iemand waarvan je in principe weinig weet.

De kleine Loek

Op de lagere school begon het al. De plaats in de klas. Ik was een magere, lange slungel die heel slecht zag. Kwam uit een arbeidersmilieu en dat werd vanaf dag een er duidelijk ingewreven.
“Jij mag achteraan zitten want anders kunnen de anderen het bord niet zien!”
“Oh weer een Knippeltje in de klas!”
“Hebben ze bij jouw thuis geen douche?”

vooringenomen 7Met dergelijke vooringenomen opmerkingen werd ik op mijn plaats gezet. Een plaats die me zwaar viel. Ik had slechte ogen en kon het bord niet zien, maar werd wel achter in de klas gezet.

Meestal na enkele weken mocht ik verhuizen wanneer duidelijk was dat ik echt heel slecht zag. De plek achter in de klas was meer voorbehouden aan kinderen waaraan men minder aandacht ging besteden:
Ten eerste:   Ze waren het niet waard:
Ten tweede: Het bepalende milieu garandeerde je weinig intelligentie;
Ten derde:    Leergierigheid stond niet op de voorgrond!

 

Je plaats kennen

Deze vooringenomenheid heeft veel kinderen al jong een stempel gegeven. Mijn stempel was duidelijk: “Als je voor een dubbeltje geboren bent, zul je nooit een kwartje worden!”
Opvallend echter dat ik als kind dit voelde en me er tegen verzette. Ik wilde gezien en gehoord worden.

Suggestieve behandeling

vooringenomen 6Dat priesters destijds regelmatig vooringenomen waren, werd me duidelijk toen meneer pastoor de klas bezocht om jongens te werven voor hulp tijdens de mis: misdienaar.
Het leek me fantastisch. Optreden in de kerk, in het middelpunt staan, lang gewaad aan met veel aanzien.

“Wie van jullie zou graag misdienaar willen worden?” vroeg meneer pastoor.
De nodige vingers gingen omhoog, ook die van mij. Dit was mijn ultieme droom.
Er werden maar liefst 6 jongens aangewezen, behalve ik.

Thuisgekomen vertelde ik het met tranen in mijn ogen aan mijn moeder.
“Wie waren het dan?” vroeg zei. En ik noemde hen op: Kees van de slager, Wim van de bakker, Gerrit van de arts, Toontje uit het café, Piet van de fietsenmaker en Jan van de kruidenier.
“Wij horen er niet bij jongen en daar zul je aan moeten wennen!” was het antwoord van mijn moeder.

We horen er niet bij…

Dagenlang liep ik met haar opmerking in mijn hoofd: “Wij horen er niet bij…”
Waar horen wij niet bij?
Na dagen hierover nagedacht te hebben, kreeg ik een idee: alleen kinderen waarvan de ouders eigen baas waren, kregen de kans om misdienaar te worden. Klopt dat ook?

Ik had priesterkleren

vooringenomen 5Als kind had ik van tante Annie een volledige uitzet priesterattributen gekregen. Voor velen onder jullie is dat ondenkbaar speelgoed. Het was een kazuivel, wit gewaad, koperen kelk, koperen monstrans, kandelaars, en een houten opzet-altaartje.

Wat was ik er blij mee. Ik speelde graag ‘priestertje’ en prevelde wat woordjes die ik in de kerk opgevangen had. Helaas had ik geen Latijnse scholing gehad zoals de andere jongens in de klas die wel misdienaar mochten worden. Zij kenden de Latijnse gebeden uit het hoofd.

Elke week vroeg ik bij de bakker om ouwel, dat leek het meest op een hostie. Ik maakte daar mooie rondjes van en kon dan de mis doen als priestertje aangekleed. Mijn zus deed altijd mee en enkele buurkinderen. Oudere broers maakten me hooguit belachelijk wanneer ik vroom liep te doen, want je moest wel een bepaalde gezichtsuitdrukking hebben.

Oor-controle en afwijzing

Het was in de derde klas. De onderwijzer kwam langslopen en controleerde of we schone oren hadden. En opnieuw was ik de pineut. “Hebben ze bij je thuis geen douche?” Hij keek mij doordringend aan terwijl ik het woord ‘douche’ niet eens kende. (het was 1957)

Wel voelde ik het oordeel en schaamde me diep. Had ik dan echt vuile oren? Elke ochtend waste ik toch mijn gezicht? Blijkbaar had ik vanmorgen mijn oren vergeten en juist nu was er een oor-controle.

De kinderen met vuile oren werden voor de klas gezet. Lachsalvo’s vanuit de andere leerlingen was het gevolg. Ik wilde wegzakken in de grond, vond het zo vernederend. Toch was me opnieuw iets opgevallen. Het waren weer allemaal kinderen waar men het thuis niet breed had, waar geen douche was. Al mijn collega’s-vuile-oren moesten zich wassen in de keuken, want een badkamer was er destijds niet bij ons. Wel bij die andere kinderen.

Ga je mond spoelen

vooringenomen 4Soms hoorde ik opmerkingen die werkelijk niet konden. Veel mensen in het dorp waren vooringenomen en je familienaam zorgde alleen al voor veel vooroordelen.
“Ah, jij bent er een van Linnard Knippels?”
Wat men dan dacht of welk vooroordeel men had, kon ik als kind niet invoelen. Wel merkte ik dat ze allerlei vooringenomen dingen op mij projecteerden:
1.            Een arbeiderskind is niet slim en hoeft ook niet slim te zijn!
2.            Knappe koppen vind je niet onder arbeiders-kinderen!
3.            De appel valt niet ver van de boom: zo vader – zo zoon!
4.            Linnard is grondwerker, zijn kinderen zullen ook wel zoiets gaan doen!
5.            Beroepsonderwijs is jouw toekomst: de ambachtsschool. (Lagere Technische School)

Toen ik thuiskwam nadat ik weggestuurd was bij een vriendje van school, zei ik tegen mijn moeder: “Wat een vieze vent is hij, ik mocht niet met meisjes spelen…hij is een smeerlap, dat voel ik gewoon!”
“Ga je mond spoelen” zei mijn moeder. Je mond spoelen was wel ernstig want dan had je iets gezegd wat eigenlijk niet kon, wat niet fatsoenlijk was.
Pijnlijk om dan jaren later te horen dat mijn opmerking “een smeerlap” nog waar bleek te zijn. De man had zich jarenlang vergrepen aan zijn dochters. Was ik soms een bedreiging in zijn ogen omdat zijn dochters het heel fijn vonden wanneer ik bij hen ‘vadertje-en-moedertje’ kwam spelen. Ik zal zo’n 9 jaar zijn geweest.

Vooringenomenheid werkt suggestief

Het valt me nu toch weer op dat ik zelf af en toe ook last heb van de suggestieve opmerkingen die via t.v.-programma’s mijn huiskamer binnen komen. Wanneer een onderzoeksprogramma pretendeert gelijk te hebben en de desbetreffende persoon aan de schandpaal wordt genageld, ga ik soms mee in de vooroordelen. Wanneer dan later blijkt dat het onderzoek allesbehalve grondig en verantwoord was, moet ik moeite doen om mijn vooringenomenheid los te laten.

Baudet als politicus en regelmatig vooringenomen

vooringenomen 3Dat heb ik niet met Baudet!
Vanaf het begin was ik vooringenomen. Een arrogante, over het paard getilde politicus die als wetenschapper mislukt is!
Waarom was ik zo vooringenomen? Ik hoorde journalisten hem aanvallen en zijn verweer was steeds zwak en neerbuigend. Totdat enkele weken geleden hij een tweet de wereld instuurde, die nergens op sloeg. Te suggestief: “Marokkanen zijn lastposten! Als vrouw ben je onveilig bij Marokkanen!”

Toen alles weerlegd werd, gaf hij in eerste instantie ‘niet thuis’ en na enkele dagen een nietszeggend commentaar. Hij is in veel zaken vooringenomen: klimaatverandering, landbouwpolitiek, onderwijs, zorgsector. Op alles heeft hij een antwoord, bepaald niet doorspekt met kennis van zaken.
Door wie laat hij zich influisteren? In hoeverre is die persoon suggestief en komt hij met eenzijdige informatie die erg tendentieus is waardoor hij weer in het nieuws komt?

Loskomen van vooringenomenheid

Kun je ooit loskomen van je eigen vooringenomenheid?
Is het mogelijk om alle projecties van je af te gooien?

Steeds duidelijker wordt het voor mij om het beeld van “jij bent zo!” los te koppelen en te kijken naar mezelf in al mijn rollen die ik op me neem: maatschappelijke rollen, emotionele rollen, psychische rollen, verwachtingsrollen.

Het is te simpel gezegd: laat je milieu achter je en trek je eigen plan.
Toch heb ik dat in wezen wel gedaan. Ik verliet op 16 jarige jongen mijn dorp en ging naar de Kweekschool in Dongen. Eerst intern en daarna op kamers. Mijn leven nam een absolute wending.
Ik vond het heerlijk om los van thuis te zijn, mijn eigen leven te gaan leiden.

Het studentenleven greep ik met twee handen vast en ik zette me in voor allerlei culturele, naschoolse activiteiten. Een wereld ging open. Zeker toen Frits Niessen, mijn leraar Nederlands, mij vroeg om mee te werken aan een tijdschrift. Daar vond de grote kentering plaats.

Beroemdheden zijn net gewone mensen

vooringenomen 2Wat was mijn rol binnen het tijdschrift? Ik zou mensen interviewen omdat ik een nieuwsgierige inslag heb en werkelijk geinteresseerd ben in de drijfveren van anderen. Mijn eerste bezoek was de schrijver Simon Carmiggelt. (Je weet wel van “Kroeglopen” )

Op weg met de trein naar Amsterdam. Mijn vader had een geslachte haan meegegeven en ik had van mijn verdiende weekendwerk een goede fles wijn gekocht. Dit waren mijn binnenkomers.

Het sloeg aan: “Simon, kijk eens wat een groot beest we cadeau gekregen hebben?” riep zijn vrouw enthousiast toen ik haar de mesthaan had gegeven. Het gesprek was bijzonder en verhelderend. Zelf merkte ik wel dat ik als bewonderaar moest afdalen naar interviewer en komen met kritische vragen over zijn werk. Later werd mijn artikel zelfs geplaatst in De Standaard, een vooruitstrevende krant in Belgie waar Frits Niessen zijn connecties mee had. Apetrots was ik!

Beroemdheid en echt-zijn?

Natuurlijk had ik ook een gevecht moeten leveren met mijn vooringenomenheid: beroemde mensen zijn geen echte mensen! Soms hebben ze capsones, maar meestal wanneer je hen echt ontmoet, krijg je iets van het innerlijk te zien. Dat heeft me steeds ontroerd. Dan zie je de echte mens achter de beroemdheid, het imago.

Bezoeken aan Gerard Reve, Annie M.G. Schmidt volgden. De grote afknapper was echter prof. Dr. Leon van Gelder. Hij stelde bij elke vraag een tegenvraag of zei meteen: “Dit is slecht geformuleerd, je bedoelt zeker….”

Daar werd ik heel onzeker van en ik voelde een eenzijdige veroordeling opkomen: hij zag me als een domme student? Hij was teveel met zichzelf ingenomen? Het gesprek liep dan ook van geen kanten.

Waak voor suggestieve en tendentieuze opmerkingen!

Allemaal zijn we van tijd tot tijd vooringenomen. Meestal omdat we onvoldoende weten van de ander. Of omdat we geen kennis hebben over hetgeen we willen uitzoeken. Dan is een tendentieuze opmerking snel gemaakt, maar het kan anderen ook kwetsen.

Kwetsbaarheid is het mooiste wat er bestaat en het blijkt je grootste innerlijke kracht te zijn. Door kwetsbaar te zijn laat je immers in je binnenste kijken. Je veerkracht wordt openbaar. En vooringenomen kun je niet zijn wanneer de ander zich ook kwetsbaar opstelt. Dan ben je volledig elkaars gelijke in de ontmoeting.

Suggestieve talkshows

Bij menig praatprogramma op t.v. betrap ik de presentator erop dat hij suggestief is in zijn benadering van zijn gast. Die suggestieve benadering trekt wel veel kijkers. We willen blijkbaar getuigen zijn van een woordstrijd, discussie, waarbij we de neiging hebben te kiezen vanuit sympathie.

Hierdoor kunnen mensen ‘gemaakt en ‘gebroken’ worden op t.v., zeker wanneer de presentator beschikt over een vet ego. Er zijn producten maar vooral ook mensen ‘afgeslacht’ tijdens interviews die volledig waren opgezet doordat de interviewer vooringenomen was.

Hoe word je minder vooringenomen?

vooringenomen 1

Misschien kun je wat met mijn adviezen?
Makkelijker gezegd dan gedaan, maar het helpt echt wanneer je stopt met je vooroordelen , wees niet vooringenomen.
Stel jezelf kwetsbaar op en voel dat de ander je meteen dichtbij laat komen: van hart-tot-hart.
Kijk naar de ander en zie de ander echt in wie hij/zij is: hij/zij is niet beter of slechter dan jij.
Vragen stellen is essentieel, het toont dat je belangstelling hebt voor de ander: plaats dan ook vraagtekens i.p.v. uitroeptekens gedurende jouw ontmoeting.

 

Tenslotte de opmerking van Heer Boedha:
Is het waar wat ik vertel?
Wat levert het me op als ik het vertel?
 Levert het de ander iets op als ik het vertel?

 

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *